www.mamboteam.com
Stadsboerderij Caetshage, Culemborg
Banner
Home arrow Geschiedenis van Caetshage
Sep 05, 2010 at 10:58 PM
 
 
Geschiedenis van Caetshage PDF Print E-mail

Historie in het heden.

Maandagochtend 14 april 2008, in alle vroegte, keek een echtpaar rond op het terrein van Caetshage. Zij maakte foto’s en kwamen binnen om een kopje kruidenthee te drinken.Snel werd duidelijk dat zij onlangs getrouwd waren, en dat de vrouw van het stel de naam ‘Kaets’ had aangenomen. Zij vond dit een interessante naam en begon een zoektocht naar de stamboom van familie ‘Kaets’.De stamboom voer terug tot  ‘Caets’ in Nederland, Culemborg, Caetshage!

ImageInmiddels is er contact geweest met leden van de ‘Voet van Oud Heusden’. Jaap Borggreve en Bert Blommers. Bert Blommers geeft als reactie:‘Ik ben uiteraard benieuwd op grond van welke gegevens deze mensen van de Culemborgse heren van Kaets menen af te stammen. Wellicht brengt het ons bij iets wat verder onbekend is gebleven.Zoals Jaap (Borggreve) aangaf was Mabelia van Kaets, de enige erfdochter van Gijsbert van Kaets (1301-1336). Zijn geslacht begint bij diens overgrootvader Hubert van Buren/Kaets (1248-1262), al met al zijn er dus vijf generaties Kaets geweest. Wellicht zijn er uit de eerste twee generaties ons nu nog onbekende, mannelijke naamdragers voortgekomen.’

Wellicht kunnen beide partijen elkaar helpen om duidelijkheid te krijgen over de stamboom. Ondertussen komt de familie Kaets nog eens op bezoek om de gevonden voorwerpen bij de opgravingen op Caetshage te bezichtigen. Deze vondsten zijn te zien in de Kasteeltuin van Culemborg, elke zaterdag van 10 tot 16 uur (van april tot oktober) zie www.culemborg.nl onder ‘bezienswaardigheden’. 

 

 

Geschiedenis van de ‘besloten Kaetshage’

Op het terrein van de huidige stadsboerderij zijn veel archeologische resten gevonden. Zo zijn er potscherven en een bronzen fibula uit de Romeinse tijd (ongeveer 50 v. Chr. tot 400 n. Chr.) gevonden. Een fibula is een gesp waarmee een mantel werd vastgezet om de nek van de drager.

Image
Opgegraven tuit- en kogelpotten
De eerstvolgende archeologische vondst betreft een versterkte woning uit de 12e eeuw. In die periode is een ronde heuvel (motte) gemaakt met een doorsnee van ongeveer 40m, waaromheen een brede gracht is gegraven. Op de motte heeft waarschijnlijk een houten pallissade gestaan, met daarbinnen een houten toren. Wie daar woonde weten we niet.

Rond 1300 is de motte geslecht en is op hetzelfde terrein een ringvormige muur van 1m. dik gebouwd, met daarbinnen een klein vierkant stenen kasteel. Ook wordt er een tweede gracht omheen gelegd.

Waarschijnlijk worden de stenen voor de muren gebakken in de vlakbij gevonden veldoven.

Het kasteel is in die tijd van Gijsbert van Kaets. De naam ‘Kaets’ lijkt te zijn ontleend aan de woning die de familie had aan het Jansveld in Utrecht, vlakbij de kaatsbaan.

Hoe de Kaetsen aan dit landgoed komen is niet zeker, misschien als bruidsschat vanuit de familie Uten Goije die ook een huis in Utrecht hadden.

Image
Wapen van familie Kaats

Gijsbert heeft veel onenigheid met de abdij van Mariënweerd, maar ook met Johan van Beusichem, die vlakbij veel land bezit. De vader van Gijsbert was eerder gedood door de grootvader van Johan. Om de strijd te beëindigen wordt een verzoeningshuwelijk gesloten tussen Gijsbert en Elisabeth van Beusichem, de zuster van Johan.

In 1318 bezegelt Gijsbert, nu als familie van de Van Beusichems, de oorkonde waarmee Johan aan Culemborg stadsrecht geeft.

Gijsbert krijgt later echter weer ruzie met de familie Van Buren, over hun goederen in Beusichem. Ook nu volgt een verzoeningshuwelijk. Dit keer tussen Gijsberts dochter Mabelia en Alard van Buren. Zo komen de Kaetse goederen door vererving binnen de familie Van Buren uiteindelijk in het bezit van Willem van Buren. Deze verkoopt de hofstede en het bijbehorende land in 1429 om zijn oorlog met de hertog van Gelre te kunnen bekostigen. Vervolgens wordt het verschillende keren doorverkocht en in 1438 komt het in handen van Gerrit, bastaard van Culemborg. Dit was een persoon die veel onrust met zich meebracht. Zo houdt hij een poosje Utrechtse burgers gevangen op Kaetshage en valt hij in 1449 Culemborg aan, om een betaling van zijn ‘renten’ af te dwingen. Waarschijnlijk is de hofstede toen bij een tegenaanval verwoest.

Stenen van het kasteeltje zijn misschien nog gebruikt voor de bouw van de Sint Annakapel, die vlakbij heeft gestaan. Deze kapel wordt verwoest in de beeldenstorm van 1566.

Het landgoed komt in 1514 in handen van het vrouwenklooster Mariëncroon in Culemborg, dat stond op de plek die nu Het Hof heet. Door steeds verdere verdeling blijft van de oorspronkelijke zestien morgen land (1 morgen is een terrein dat een span ossen in een ochtend kon ploegen) die de kern van de heerlijkheid Kaetshage ooit besloeg, nog 6 morgen over. Dit wordt ‘besloten Kaetshage’ genoemd, omdat het tussen het watertje De Meer en de Lanxmeerseweg (tegenwoordig Rijksstraatweg) in ligt. Door de volgende eeuwen heen is het in vele handen geweest. Tegenwoordig is het van de gemeente Culemborg.

Voorbeeld van een motte-kasteel met een lager gelegen voorhof. Bij kaetshage zijn geen restanten van een voorhof gevonden. Een actuele ontmoeting met het verleden van Caetshage vind u hier. 

Uit de Culemborgse krant van 23 Oktober 2002:

Archeologisch vervolgonderzoek op Caetshage

CULEMBORG - ,,We hadden meer materiaal verwacht”, zegt Janneke Hielkema van het archeologisch onderzoekscentrum van de Universiteit Groningen dat in de laatste week van september vervolgonderzoek heeft gedaan op Caetshage. Op het wat hoger gelegen deel van dit terrein, in de bocht van de Meer tegenover de watertoren, stond ooit het middeleeuwse kasteeltje van de heren van Kaets.

Door Bert Blommers
In het voorjaar zijn al drie proefsleuven gegraven om te bepalen waar het kasteel precies heeft gestaan en hoe het er heeft uitgezien. Het onderzoek leek veelbelovend. Niet alleen werden resten gevonden van de buitenmuren en de omgrachting, maar het kasteeltje leek ook een oudere voorloper gehad te hebben. Binnen het latere kasteelterrein werd een ouder stukje gracht gevonden, waaruit vooral 12e eeuwse scherven tevoorschijn kwamen.
Het vermoeden bestond dat het hierbij ging om het restant van een zogenaamd mottekasteeltje: een waarschijnlijk houten toren op een heuvel, met een pallisade aan de voet en een brede gracht er omheen. Het latere kasteel dat in 1317 wordt genoemd, is van steen. De gevonden kloostermoppen, met een formaat van 15 x 30 x 7 cm, en het andere vondstmateriaal wijzen erop dat het zo rond 1260 is gebouwd. Het is dezelfde tijd waarin ook de eerste heren van Kaets voorkomen.
Het beeld is er door de laatste opgraving niet duidelijker op geworden. In een lange sleuf, die van west naar oost over het kasteelterrein is gegraven, werd aan de westkant een stuk uitgebroken kasteelmuur aangetroffen. Een tegenoverliggende muur die aan de oostkant mocht worden verwacht, is echter niet teruggevonden. Het dwarsprofiel liet wel zien dat het kasteel flinke grachten had, deze waren circa tien meter breed. In de grachtvulling zijn scherven uit de bewoningsperiode in de 14e en 15e eeuw gevonden. Vlakbij de Meer lag buiten het eigenlijke kasteel nog een kleiner grachtje .
U-vormig
Hoe moeten de gegevens nu worden uitgelegd? ,,Vermoedelijk gaat het om een rechthoekige versterking, óf om een U-vormig kasteeltje dat aan de oostzijde open was”, zegt Jan van Doesburg van de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek uit Amersfoort. Hij heeft onderzoek gedaan naar kastelen in het Kromme Rijngebied. De U-vorm is daar niet ongebruikelijk. ,,Aan de open kant lag er dan meestal een omgrachte voorhof tegenaan die het kasteel aan die kant afschermde. Bij Caetshage lijkt dit ook het geval; daar wijst althans het kleine grachtje aan de oostkant op. De westkant van het kasteel was de ‘gesloten’ aanvalszijde, de oostkant werd afgeschermd door de Meer.” Van eventuele bebouwing binnen het kasteel zijn geen resten gevonden. De funderingen daarvoor lagen ook minder diep. ,,Het laat ook zien hoe sterk dit terrein in de loop der tijd is aangetast”, zegt Van Doesburg. Hoe het kasteel er exact heeft uitgezien, blijft giswerk. Daarvoor zijn ook te weinig sleuven gegraven. ,,Je kunt je voorstellen dat er torens op de hoeken hebben gestaan, maar daar zijn we niet geweest, dus dat zullen we niet weten.”
Onduidelijk
De nieuwste opgraving heeft geen nadere gegevens opgeleverd over het oudere kasteeltje dat in de twaalfde eeuw op het terrein kan hebben gestaan. ,,Het beeld is er bepaald niet duidelijker op geworden”, zegt Van Doesburg. De vraag wat er in die tijd stond, blijft dus open. ,,Daar krijg je alleen met een volledige opgraving een idee van. Met het geringe aantal sleuven dat nu getrokken zijn, krijg je dat niet in de vingers.” Om er misschien toch nog iets zinnigs van te kunnen zeggen, moet hij eerst de gemaakte profieltekeningen bestuderen. ,,Er ís een 12e eeuws vondstniveau, maar in hoeverre het daarbij om een versterking gaat, blijft nu onduidelijk.”
Archeologe Janneke Hielkema die de opgraving geleid heeft, heeft in het profiel overigens geen ophogingspakketten gezien, die in de richting van de veronderstelde motteheuvel kunnen wijzen. De heuvel kan echter door egalisatie van het terrein verdwenen zijn. Behalve de 12e eeuwse fase en die van het 13e tot 15e eeuwse kasteel, is wel een fase van Romeinse bewoning aangetroffen. Bij de laatste opgraving kwam naast aardewerk uit die tijd ook een draadfibula of mantelspeld uit de grond tevoorschijn.
Image
Opgraving in 2002
 
 Geen bescherming
Het kasteelterrein, zo is na de laatste opgraving wel duidelijk, hoeft niet wettelijk beschermd te worden. ,,De eerste opgraving leek veelbelovend, maar de locatie blijkt toch niet belangrijk genoeg. Een groot gedeelte van het terrein is behoorlijk aangetast, waardoor archeologische resten zijn beschadigd. Dat komt doordat het kasteel grondig is gesloopt, nadat het complex in onbruik is geraakt. Het muurwerk is grotendeels weg, alleen de onderste funderingslagen zijn teruggevonden. Wat er in de grond zit, wordt in principe niet bedreigd. Temeer niet omdat er bovenop het kasteelterrein een extra aardlaag zal worden gelegd. Alléén als er op termijn op de plek gebouwd gaat worden, moet er worden opgegraven.
Laagte
In de plannen die de gemeente met Caetshage heeft, zal een oude kreek die vroeger over het terrein en langs het voormalige kasteel heeft gelopen, worden uitgediept. Mogelijk gaat het hier om een zijtak, of zelfs de oude loop van De Meer. Deze is nog herkenbaar als een laagte in het terrein. Van Doesburg: ,,Een van de redenen om nog een extra sleuf te graven is dat we precies wilden kijken wat die laagte in het terrein voorstelde en welke niveaus archeologisch interessant genoeg waren om te beschermen, zodat we kunnen bepalen hoe diep er gegraven mag worden zonder dat er schade wordt aangericht.”
De gemeente wil de kreek weer watervoerend maken. Van Doesburg: ,,Bovenin de laagte ligt vooral 19e eeuws materiaal. Dat zou er zo uit kunnen. Bij het uitdiepen moet de gemeente liefst boven het niveau van de uitbraaksporen van het kasteel blijven. Die liggen circa een meter diep.” Als er dieper gegraven wordt, is archeologische begeleiding nodig. Als er dan vondsten worden gedaan, moet het werk worden stilgelegd om precieze ‘waarnemingen’ te doen.”
Kapel
De opgravingen op Caetshage laten zien dat Culemborg ouder is dan menigeen denkt. De (oude) binnenstad kreeg pas in 1318 stadsrechten. Maar ten zuiden daarvan lag toen al een veel ouder kerkdorp dat Lanxmeer heette. De kerk daarvan stond op het St. Janskerkhof, achter de Varkensmarkt. Als kapel wordt die al in 1145 genoemd. De omringende polders zijn in die tijd allemaal al ontgonnen. Het feit dat op Caetshage sporen zijn 12e eeuwse bewoning, en mogelijk een versterkt huis uit die tijd, past volledig in dit plaatje. Welke locale heer er toen op woonde, blijft echter de vraag.
    Caetshage wordt ook vermeld op de website van kastelen in Nederland:http://www.kasteleninnederland.nl/kasteel4387.php
Last Updated ( Aug 11, 2009 at 11:41 AM )
 
Top! Top!